Tijd




Chirico - Raadsel van de tijd


 

Tijd - onze beleving.

Wij beleven tijd in de opeenvolging van verleden, heden en toekomst. Het verleden ligt vast en is onveranderlijk. We ervaren het alleen nog maar door herinneringen, het is geen direct gegeven meer. Dingen gaan voorbij en ze komen niet meer terug.

Het heden is dat ene punt van licht dat vanuit het verleden naar een onbekende toekomst beweegt. Het is als het licht van een schijnwerper dat zich over een onbekend donker landschap beweegt; even licht een stukje op, daarna is het weer donker. Van het hele grote heelal is het heden het enige stukje dat we daadwerkelijk ervaren. In het heden hebben we een zekere mate van vrijheid. Handelingen in het heden beïnvloeden de toekomst.

Tijd lijkt veel met beweging te maken te hebben: zonder tijd geen beweging. Een wereld zonder enige beweging, zonder verandering is een tijdloze.

De toekomst is het gebied waar we ons naar toe bewegen. We hebben verwachtingen, maar niets is zeker.

De snelheid waarmee de tijd beweegt lijkt in de loop van ons leven te veranderen. Naarmate we ouder worden gaan de jaren sneller voorbij. Hoe lang duurde een schooljaar niet toen we klein waren? Een mogelijke verklaring lijkt te zijn dat we onbewust de neiging hebben tijd te meten ten opzichte van onze eigen leeftijd. Voor een kind van vijf is een jaar eenvijfde van zijn hele leven, voor iemand van vijftig eenvijftigste. Voor iemand van vijftig gaat de tijd dus tienmaal sneller dan voor iemand van vijf.

Daarnaast beleven we sommige momenten veel intenser dan anderen. De kwaliteit van de tijd is niet altijd hetzelfde. Soms kan één bijzonder moment betekenis en zin geven aan een lange en moeilijke periode.

Samenvattend kun we een aantal dingen opmerken over onze subjectieve tijdsbeleving.

  1. Tijd is asymmetrisch: het verleden ligt vast, de toekomst niet.
  2. Tijd is dynamisch: ze verstrijkt.
  3. De momenten waaruit tijd bestaat zijn totaal ongelijkwaardig. Sommige zijn veel betekenisvoller dan anderen. Eén moment ervaren we als totaal anders dan alle anderen: het heden.



Tijd - de natuurkunde

In alle natuurkundige formules waarin de tijd voorkomt wordt er altijd maar één variabele gebruikt voor de tijd (meestal de letter t). De formules blijven hetzelfde voor iedere waarde van t. Ook gedragen de formules zich niet anders als ik in plaats van t, -t invul.

Anders gezegd: in de natuurkunde is tijd wèl symmetrisch en zijn alle tijdstippen absoluut gelijkwaardig. Er is daar geen enkele reden om een bepaald moment het heden te noemen en dat te verheffen boven alle andere momenten. Als de tijd op één bepaald moment een eigenschap bezit dan heeft het die eigenschap op àlle momenten.

Natuurkundig gezien is er geen verklaring voor het feit dat wij de tijd beleven in de opeenvolging van verleden - heden - toekomst. Er is zelfs helemaal geen verklaring voor het feit dat wij zoiets als een heden beleven. Waarom dit ene moment nu; waarom niet nu een heel ander moment? Waarom niet alles tegelijkertijd?

Ook uitspraken zoals: "het verleden is niet meer," en de "toekomst moet nog worden," zijn natuurkundig gezien onjuist. Op ieder tijdstip t heeft het heelal hetzelfde realiteitsgehalte.

De natuurkunde heeft ons echter nog meer te vertellen.

In de tweede helft van de vorige eeuw ontdekten natuurkundigen iets heel vreemds: de lichtsnelheid is altijd constant. Waarom is dit zo vreemd?

Wel, stel iemand gooit een bal naar mij toe terwijl ik stil sta, die bal komt met een bepaalde snelheid op mij af. Nu gooit die persoon die bal weer naar mij toe, even hard. Maar terwijl hij dat doet, loop ik hard naar hem toe. De bal lijkt nu harder op mij af te komen. Als hetzelfde gebeurt terwijl ik van de persoon vandaan hol, lijkt de bal langzamer te gaan. Als ik even hard weg hol als de bal gegooid wordt lijkt de bal zelfs stil te staan.

Dit ervaren wij als volkomen logisch.

Met licht is dit niet zo. Als dezelfde persoon in plaats van met een bal naar mij te gooien met een zaklamp schijnt - dus lichtdeeltjes (fotonen) naar mij toestuurt - meet ik altijd dezelfde snelheid voor het licht. Het maakt niets uit of ik heel hard naar de deeltjes toe hol, of er vandaan - de lichtdeeltjes hebben voor mij steeds dezelfde snelheid.

Als u dit niet vreemd vindt heeft u het niet begrepen.

Veel mensen waaraan ik dit uitleg geloven het dan ook niet. Ook in populair wetenschappelijke boeken over de relativiteitstheorie valt steeds weer op dat men dit verschijnsel op een foutieve manier probeert weg te redeneren.

De enige verklaring is dat tijd en ruimte anders in elkaar zitten dan wij denken. Einstein liet zien dat uit het constant zijn van de lichtsnelheid volgt dat de snelheid van de tijd afhangt van de snelheid van de waarnemer. Hoe harder we bewegen, hoe trager de tijd loopt. Dit is sindsdien in vele experimenten bevestigd.

Een ander interessant gevolg is dat ook de volgorde van gebeurtenissen afhankelijk is van de waarnemer. Voor waarnemer 1 kan gebeurtenis A in het verleden liggen en B in de toekomst; voor waarnemer 2 kan B in het verleden liggen en A in de toekomst. Anders gezegd niet alleen ons tijds- maar ook ons causaliteitsbegrip komt met de relativiteitstheorie onder druk te staan.

In de kwantummechanica komen onze traditionele opvattingen over tijd nog verder onder druk te staan. Om te beginnen is de kwantummechanica niet deterministisch; verschijnselen kunnen spontaan optreden. Ook de richting van de tijd is niet vanzelfsprekend: voor ieder deeltje bestaat een antideeltje dat zich terug in de tijd beweegt. Ook het gedrag van die deeltjes is niet gedetermineerd. Het verleden ligt dus niet vast.

Samenvattend komen we tot de volgende conclusies.

  1. Tijd is symmetrisch. De toekomst heeft geen andere status dan het verleden.
  2. Niets ligt vast. Er is geen uitverkoren moment: alle momenten zijn gelijkwaardig.
  3. De snelheid en richting van de tijd zijn afhankelijk van de waarnemer.



Tijd - de werkelijkheid

Naar mijn mening kan het verschil tussen de natuurkundige tijd en onze subjectieve beleving van de tijd alleen verklaard worden doordat ons bewustzijn in essentie iets is wat los staat van tijd en ruimte.

Tijd is het resultaat van het contact van ons bewustzijn met de fysieke wereld.

Om het een en ander duidelijk te maken gebruik ik de metafoor van het computerspel.

De metafoor van het computerspel

Stel u kunt programmeren. U heeft computerspel geschreven en gaat het spelen. In het spel moet u een poppetje besturen dat allerlei avonturen beleeft. Laten we zeggen dat het poppetje vrouwelijk is en Rian heet. Als u wel eens zo'n soort spel gespeeld heeft en er door geboeid werd dan zult u ervaren dat u helemaal in zo'n spel duikt. U duikt helemaal in de wereld, en gaat de wereld helemaal beleven en zien vanuit de hoofdpersoon. Op een bepaalde manier bent u dus Rian omdat u al haar bewegingen en acties bepaalt en tegelijkertijd bent u veel meer.

Af en toe bewaart u het spel, en op ieder moment van het spel beschikt u over een zekere mate van vrijheid. Binnen de wereld van het spel gelden steeds bepaalde regels en beperkingen. Laten we afspreken dat het spel een realistisch karakter heeft; de regels in de wereld van Rian komen min of meer overeen met onze natuurwetten. De gebeurtenissen volgen elkaar op een logische manier op. Als er iets fout gaat in het wereldje kunt u een bewaarde versie van het spel opnieuw laden en van daaruit opnieuw verder spelen. Dat kunt u ook doen als u wilt weten wat een andere beslissing op een bepaald moment voor gevolgen gehad zou hebben.

 

De wereld van Rian

Tijd en werkelijkheid in de wereld van Rian bestaan nu uit een aantal lagen.

Rian zelf beleeft tijd en werkelijkheid min of meer zoals wij hier op aarde.

Daaronder zit de laag van het programma zelf; daarboven zit u. Rian’s werkelijkheid ontstaat uit een interactie van die twee lagen.

We kunnen het volgende schema maken.

Niveau

Tijdbeleving

U (met de computer als verlengstuk)

Niet lineair.

U start de tijd in de wereld van Rian op het moment dat u het programma start. De tijd stopt daar op het moment dat u de computer weer uit zet. Tevens kunt u, door verschillende spelsituaties te laden, de wereld van Rian op verschillende tijdstippen binnentreden.

Rian

Lineair

Het programma

Geen

Het programma bestaat uit een serie enen en nullen. Het is niet fysiek en niet aan tijd onderhevig.

De fysieke werkelijkheid van Rian ontstaat doordat uw bewustzijn, met behulp van de computer, betekenis toekent aan een serie enen en nullen. De schijnbaar fysieke wetten in de wereld van Rian zijn niet meer dan regels binnen een computer programma; de regels zouden heel anders kunnen zijn.

Als Rian haar werkelijkheid zou gaan onderzoeken, dan zou ze niet bij iets fysieks uitkomen, maar bij abstracte informatie: een lange rij enen en nullen.

Als Rian op zoek zou gaan naar haar God zou ze uiteindelijk u ontdekken.

Haar tijd, haar werkelijkheid ontstaat pas op het moment dat haar God – of haar hogere zelf – in interactie treedt met zijn schepping. De programmeur die zijn bewustzijn vernauwt en zijn eigen spel speelt.

 

Het heden van Rian

Het nu van Rian ontstaat uit de volgende factoren:

  1. De keuze van de speler om het spel op een bepaald punt te beginnen.
    Dit is belangrijk. Een mens kiest ervoor om zijn bewustzijn te vernauwen en tijdelijk op te laten gaan in een spelwereld. Hij verlaat zijn eigen tijd, en laat zijn bewustzijn opgaan in een andere wereld met andere wetten.
  2. De keuze van de programmeur om de gebeurtenissen in het spel volgens een bepaalde – zinvolle – volgorde te presenteren.

 

Samenvatting

Ik denk dat Rians wereld en beleving van de tijd in belangrijke mate overeenstemmen met onze ervaringen in onze wereld.

Als Rian alleen de regels van het programma zou bestuderen zou ze zien dat daarin de tijd, als variabele, op allerlei manieren een rol speelt. Maar ze zou geen verklaring kunnen vinden voor haar eigen ervaring van de tijd; evenmin voor het bestaan van haar bewustzijn. Die verklaring kan ze alleen vinden buiten het computerprogramma waarin ze leeft en handelt.

De regels van het programma moeten logisch samenhangen wil het programma goed functioneren en een samenhangende wereld representeren. Het is goed mogelijk dat Rian ze als natuurwetten gaat beschouwen. Mogelijk zal ze zichzelf proberen te verklaren vanuit die wetten en gaat ze zichzelf zien als iets wat ook uit enen en nullen bestaat. Maar ze zal ook de enorme discrepantie ontdekken tussen de tijd op het niveau van haar ‘natuurwetten’ en haar innerlijke beleving.

Onze situatie lijkt heel veel op die van Rian. Naarmate we dieper in de werkelijkheid doordringen lijkt deze steeds minder echt. Achter de schermen lijken alleen wiskundige formules, waarschijnlijkheidsgolven, te bestaan. De werkelijkheid lijkt pas tot stand te komen door de interactie van ons bewustzijn met die waarschijnlijkheidsgolven: pas dan krijgen deeltjes hun 'bestaan'.

Ook wij proberen onszelf te verklaren vanuit de natuurwetten die we waarnemen; velen geloven dat ze een verzameling elementaire deeltjes zijn. Maar ze kunnen niet verklaren hoe die deeltjes ervaringen kunnen hebben, waarom er zoiets als een ‘heden’ is, waarom in ons het licht van bewustzijn schijnt.

Ik geloof dat onze situatie volkomen analoog is aan die van Rian.

Wij weten niet wat bewustzijn is.

Wij weten wel dat bewustzijn in staat is zich te vernauwen en een andere wereld binnen te treden met geheel eigen wetten. Daarom kunnen wij dromen. Ik denk dat dit een universele eigenschap van bewustzijn is.

Ik denk dat wij in wezen ook een hoger bewustzijn zijn dat onze wereld is ingedoken. Op dat hogere niveau is er geen tijd, of is de tijd heel anders. Ook op het fysieke niveau is de tijd heel anders; een variabele die in formules voorkomt.

Het vermogen tot het beleven van tijd zit in ons bewustzijn opgesloten. Het vormt een deel van het vermogen van ons om ervaringen te hebben. De manier waarop ons bewustzijn tijd beleeft, wordt bepaald door de structuur van de wereld waarin het zich heeft geprojecteerd.


© Gerrit Gielen
www.gerrit-gielen.nl